Slikken of stikken

Cliënte heeft MS. Zij heeft daarnaast psychiatrische problematiek. Zij is achterdochtig. In gesprekken uit ze haar vermoeden dat de buurman haar post onderschept en dat mensen van de schilderclub haar stiekem uitlachten, e.d.

Voor de behandeling van mevrouws slikprobleem heb ik een nieuwe (evidence based) behandelmethode gebruikt. De behandeling slaat goed aan, maar gaat niet zo snel als ik had gehoopt. Na een aantal weken is het doel toch bereikt en kunnen we afronden. Daarna heeft cliënte echter een lichte terugval. Ik twijfel heel erg of de terugval wel echt is, maar omdat slikstoornissen gevaarlijk kunnen zijn, geef ik toch nog een aantal extra sessies. Het slikken is dan veilig zolang cliënte haar aandacht er goed bij houdt. Tijdens de behandeling vraag ik me vaak af of ze wel aanneemt wat ik vertel. Ik heb het gevoel dat ze de aandacht die ze op onze afdeling krijgt graag wil vasthouden. Ik kom er niet achter of ze écht een lichte terugval heeft of dat ze dat speelt. 

Bij aanvang van de behandeling geef ik aan dat ik verwacht dat het een kortdurende behandeling zal zijn. Ook tijdens de behandeling hebben we dit regelmatig besproken, omdat zij er vaak om vraagt. Zij wil dan weten of ze niet continue begeleiding bij het slikken nodig zal hebben. Ik heb haar steeds hetzelfde antwoord gegeven. Aan de ene kant denk ik dat dit het meest duidelijk voor cliënte is, maar aan de andere kant heb ik niet het idee dat het veel effect heeft omdat ze er steeds weer op terugkomt. Cliënte vraagt bij de laatste sessie of ze na bijvoorbeeld drie maanden weer terug moet komen. Ik zeg dat zij terug moet komen als ze weer slikklachten krijgt. Cliënte is goed in staat dat zelf te beoordelen. Ze wil mijn richtlijnen voor waar zij op moet letten op papier hebben. Ik heb ze samen met haar opgeschreven. Nadat we dit hebben gedaan, komt ze meer gerustgesteld over op mij.

 Cliënte zuigt energie. Ze is één van de weinige cliënten die ik niet leuk heb gevonden om te behandelen. Ik voel me opgelucht als ze uit behandeling is.

Hoe kan ik voorkomen dat ik claimend gedrag beloon?

Coping cliënt

De cliënte lijkt te worstelen met aanvaarding. Waarschijnlijk is ze bang dat ze, als ze het veranderde slikproces aanvaard heeft, er echt alleen voor staat. Daar lijkt ze tegenop te zien.

  • Cognitie. De cliënte heeft onder andere vermijdende gedachten. Ze verzet zich tegen het idee dat ze zelfstandig kan slikken, zonder begeleiding. Tegelijk gaat ze het proces wel aan en drukt daarmee haar vertrouwen in de therapie uit.
  • Emoties. De cliënte gaat haar gevoelens niet echt aan, maar onderdrukt ze ook niet. Ze maakt de indruk angstig te zijn en onzeker over wat ze wel en niet aankan. Ze maakt deze gevoelens niet bespreekbaar, maar lijkt ze om te vormen tot twijfel aan het slagen van de therapie.
  • Gedrag. Ook het gedrag van de cliënte is dubbelzinnig. Ze komt trouw naar therapie en stelt relevante vragen, maar luistert niet naar de antwoorden en valt voortdurend in herhaling met haar vragen. Cliënte vindt het moeilijk om op de therapie te vertrouwen. Ze heeft weerstand.

Coping professional

Doordat de cliënte een vermijdende coping heeft, lijken de therapeutische adviezen niet aan te komen. Toch blijft ze steeds om adviezen vragen. De professional vindt het moeilijk om hiermee om te gaan.

  • Cognitie. De professional heeft vermijdende gedachten. Ze reflecteert niet voldoende op wat zich bij haar cliënte afspeelt. Ze negeert het beroep dat haar cliënte op haar doet. De cliënte heeft behoefte aan geruststelling, maar de professional herhaalt steeds dezelfde antwoorden. Ze legt de verantwoordelijkheid voor het zuigende gevoel bij de cliënte.
  • Emotie. De professional reflecteert op haar gevoelens en onderkent dat ze weerstand voelt tegen de cliënte. Ze voelt zich door de cliënte leeggezogen. Ze diept deze gevoelens niet verder uit en benut ze niet om het therapeutische proces te verbeteren.
  • Gedrag. De professional stapt doelgericht en actief het therapeutische proces in. Maar ze signaleert het paradoxale element van de therapeutische situatie niet. Hierdoor blijft ze wel actief, maar verliest ze het doel uit het oog en vervalt in herhaling.

Suggesties voor alternatieve benaderingen 

  • Aansluiten bij het cognitieve element. De eerste keer legt de professional aan de cliënte de nieuwe methode uit. Zij vertelt haar wat ze kan verwachten en zegt erbij dat het snel kan gaan. Ze vertelt dat dit meestal prettig is voor cliënten, omdat ze dan snel de nieuwe techniek onder de knie hebben. De professional vraagt de cliënte wat ze hiervan denkt en hoe het op haar overkomt. Als zij zich aarzelend uitlaat, gaat de professional daar niet tegenin. Ze beaamt dat het spannend is en stelt vriendelijk voor om samen aan de slag te gaan om het traject voor de cliënte te laten slagen.
  • Aansluiten bij het emotionele element. Als de cliënte meerdere malen vragen stelt over de duur van de behandeling, begrijpt de professional dat zij zich onzeker voelt en herhaalt niet wat al eerder gezegd is, want dat komt kennelijk niet binnen. De professional gaat in op de onzekerheid van de cliënte en zegt iets als: ‘Je kunt je geloof ik niet voorstellen dat je dit straks zonder mijn begeleiding kan, hè?’ Daarna is de professional stil en let goed op de reactie van de cliënte. Als die de vragende stelling beaamt en toegeeft dat ze hierover onzeker is, stelt de professional haar niet gerust door te zeggen dat ze het wel zal leren. In plaats daarvan zeg ze bijvoorbeeld: ‘Nou dan is het niet gemakkelijk voor je dat je er maar op moet vertrouwen.’ Stilte… ‘Voel je wel al wat vooruitgang? Misschien heb je daar wat houvast aan?’ Zo helpt de professional haar cliënte op zichzelf te vertrouwen, in plaats van op de professional.
  • Aansluiten bij het gedragsmatige element. Als de cliënte bij de laatste sessie vraagt of ze na bijvoorbeeld drie maanden weer terug moet komen, kijkt de professional haar lachend aan en zegt vriendelijk:’Zou je dat graag willen? Zou je dat prettig vinden, nog even een check-up? Ik denk dat je het nu voldoende onder de knie hebt, maar als het jou een veilig gevoel geeft, kunnen we dat wel afspreken?’


Copen met coping: Anders antwoorden op dezelfde vragen

Het komt regelmatig voor dat een professional een cliënt als ’zuigend’ ervaart. Dat gebeurt wanneer de professional niet in de gaten heeft dat de cliënt impliciet een bericht uitzendt dat niet overeenkomt met de expliciete boodschap, terwijl die professional onbewust toch op beide aspecten reageert. Zodra de professional zicht heeft op die dubbelzinnige communicatie en bewust kiest op welk aspect zij gaat reageren, verdwijnt het gevoel van zuigen. Dat gevoel is dus het gevolg van een onduidelijkheid bij de professional. (Zie over de gelaagdheid van communicatie ook op pagina 127) Daarnaast kan een cliënt natuurlijk ook erg veeleisend zijn en dat kan dan heel vermoeiend zijn voor de professional, maar zij zal dat alleen als zuigend ervaren als ze niet in de gaten heeft dat er iets dubbels in de communicatie is geslopen.

In deze casus is het de indirect gecommuniceerde onzekerheid van de cliënte die niet door de professional wordt gesignaleerd. Dit kan gebeuren doordat de professional het herhalen van vragen door de cliënte niet als een impliciet signaal opvat. Zodra een cliënt in herhaling vervalt, kun je er als  professional eigenlijk van uitgaan dat de cliënt eigenlijk iets anders wil horen dan het antwoord dat jij hebt gegeven. Tenzij er natuurlijk cognitieve problemen in het spel zijn.

Er kunnen allerlei redenen zijn om vragen te herhalen en je ontdekt die redenen pas wanneer je het herhalen als signaal opvat. Dat doe je als je niet automatisch antwoord geeft, maar bijvoorbeeld vriendelijk zegt: ‘Die vraag heeft u al gesteld, weet u nog? En weet u nog wat ik geantwoord heb?’ Het is belangrijk om daarna een stilte te laten vallen en te kijken hoe de cliënte antwoordt. Als je merkt dat de cliënte het antwoord meteen weet en denkt dat het antwoord bij de cliënte pijnlijke gevoelens oproept, kun je deze luchtig bespreekbaar maken. Bijvoorbeeld door te zeggen: ‘U ziet er tegenop, hè, om straks losgelaten te worden door mij?’

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.