Slachtoffer?!

Cliënte is onlangs gescheiden van haar man, omdat hij vreemd ging. Cliënte komt bij mij kort nadat ze de scheiding in gang heeft gezet. Zij is niet op de hoogte van de financiële consequenties van haar scheiding. Zij verwacht via de gemeente weer een mooie woning te krijgen. Ik leg haar in grote lijnen het financiële stuk uit. Zij wordt boos omdat ik ‘haar nu haar geluk ontneem’. Nu ze weet hoe het zit, had ze niet willen scheiden. Zij vraagt mij een urgentie te regelen. Wanneer ik uitleg dat dit niet zo werkt, blijkt ze dit ook al van de huisarts gehoord te hebben.

Zij vindt het belachelijk dat niemand haar wil helpen. Ook vertelt ze nachtmerries te hebben en angstig te zijn ’s nachts. Om die reden neemt ze haar beide kinderen in bed; zij slapen nu al enige tijd bij haar.

Het roept irritatie op dat ze zelf geen verantwoordelijkheid neemt. Ze wijst hulp af voor haar trauma en gebruikt nu haar kinderen om de angst te dempen. Ook is er een stuk ongeloof dat cliënte werkelijk zo naïef zou zijn. Daarnaast heb ik medelijden met de kinderen: in welke situatie komen zij terecht? Wat ik mij afvraag, is of het onkunde is of dat zij vanuit angst voor de werkelijkheid zaken uit de weg gaat.

Ik voel me onmachtig en geïrriteerd. Ik denk dat zij zich geïrriteerd en teleurgesteld voelt dat ik haar niet afdoende help met de vraag die ze heeft.

 Ik luister naar haar. Ik geef haar rondom de woning- en financiële kwestie informatie. Over het feit dat de kinderen bij haar in bed slapen in verband met de nachtmerries, geef ik aan dat ik het niet verstandig vind dat zij haar kinderen hiervoor gebruikt en dat zij beter met de psycholoog aan de slag kan voor de traumaverwerking. Cliënte zegt hierop dat ze verder niemand heeft en dat de kinderen het echt niet merken als ze angstig is. Tijdens dit hele gesprek zit cliënte met een gebogen hoofd en uit ze non-verbaal dat het niet goed gaat.

Ik wil graag beter om kunnen gaan met cliënten die in een slachtofferrol zitten/schieten.

Coping cliënte

De cliënte wordt geconfronteerd met consequenties van haar handelen die ze niet heeft voorzien en waar ze mentaal niet aan toe is. Nog in schok?

  • Cognitie. De cliënte legt de verantwoordelijkheid voor de gevolgen van haar keuzes buiten zichzelf.
  • Emotie. De cliënte is boos en teleurgesteld, en geeft ook uiting aan deze emoties. Uit haar nachtelijke angsten en haar wanhopige lichaamstaal blijkt dat ze emotioneel ontregeld is.
  • Gedrag. De cliënte is ontregeld en handelt willekeurig. Ze overdenkt niet de consequenties van haar handelen, zowel wat betreft het scheiden, als wat betreft het in bed nemen van de kinderen.

Coping professional

De professional heeft een allergie voor mensen die hun verantwoordelijkheid niet oppakken. Ze ziet veel mis gaan en het ergert haar dat haar hulp niet gewenst is.

  • Cognitie. De professional overziet aanvankelijk de situatie en reflecteert daarop. Dan vat ze de casus samen onder de noemer ‘slachtofferschap’ en met deze overtuiging triggert zij haar eigen emoties. Vanaf dat moment kan ze niet meer helder op de situatie reflecteren, waardoor ze zich niet realiseert dat haar cliënt in paniek is.
  • Emotie. De professional is zich bewust van haar gevoelens van onmacht. Zij gaat ervan uit dat haar irritatie wordt veroorzaakt door de houding van de cliënt en exploreert daardoor niet welke gevoelens en cognities over haarzelf achter deze irritatie schuilgaan. Bijvoorbeeld: ‘Ik mag mij als professional niet machteloos voelen.’ Dit soort onderliggende overtuigingen kunnen het voor professionals moeilijk maken om met slachtofferschap om te gaan.
  • Gedrag. De professional distantieert zich van de cliënte door te appelleren aan een reflecterende houding en heldere cognities, terwijl de cliënte min of meer in paniek is.

Suggesties voor alternatieve benaderingen 

  • Aansluiten bij het cognitieve element. De professional zegt: ‘Wat is het veel allemaal, je zou ervan in de war raken. Zullen we eens op een rijtje zetten wat er allemaal speelt in uw leven op dit moment?’ De professional somt op en maakt aantekeningen: het overspel, de scheiding, het huisvestingsprobleem, de nachtelijke angsten, enzovoort. Ook het teleurstellende bezoek aan de huisarts en het feit dat professionals niks voor cliënte kunnen doen, worden genoteerd op het lijstje van dingen die zwaar zijn voor haar.
  • Aansluiten bij het emotionele element. De professional benoemt wat ze ziet. Tijdens het gesprek geeft ze steeds gevoelsreflecties: ze ziet boosheid, onmacht, teleurstelling. Ze probeert niet te sturen, maar te kalmeren en gerust te stellen. Ze beseft namelijk dat op dit moment de emotionele ontregeling het de cliënte onmogelijk maakt om adequaat te reageren.
  • Aansluiten bij het gedragsmatige element. De professional signaleert de discrepantie tussen de felle vermijdende cognities – ‘belachelijk dat ze me niet helpen’ – en de ontregelde lichaamstaal van cliënte. Ze sluit aan bij de lichaamstaal en zegt: ‘Wat is het veel hè, wat u allemaal overkomt.’  Op deze wijze troost zij haar cliënte en met deze steun biedt zij ruimte voor verwerking.

Copen met coping: Jij moet doen wat ik niet deed?

Het komt regelmatig voor dat zorgprofessionals geïrriteerd raken tijdens het werken met cliënten. Irritatie wordt dan meestal opgevat als iets emotioneels, maar vanuit het perspectief van het copingmodel is irritatie gedrag. Het is een actieve poging om emoties, die in de interactie met de cliënt tevoorschijn dreigen te komen, af te weren. Hetzelfde geldt voor frustratie of chagrijn; ook dat zijn binnen dit denkraam geen emoties maar vermijdende gedragingen.

Een veelvuldig verdrongen gevoel onder zorgprofessionals is het gevoel van machteloosheid. Professionals voelen zich nogal eens machteloos en staan zich dat gevoel niet snel toe. Deze gevoelens van machteloosheid komen vaak voort uit de impliciete overtuiging dat cliënten geholpen moeten worden, zelfs als dat tegen wil en dank is. Wanneer de cliënt zich niet laat helpen, schiet de zorgprofessional voor haar gevoel tekort. Zie ook het schema over de machteloze professional op pagina 148-149. Het ‘helperssyndroom’ is hardnekkig onder zorgprofessionals.

Een ander veel verdrongen gevoel is verdriet. Zorgprofessionals komen vaak met bewust en onbewust verdriet in aanraking, en dat raakt ook aan eigen verdrietige levensthema’s. Het is niet eenvoudig om deze gevoelens toe te laten, ze er te laten zijn, zonder ze in de interactie met de cliënt in te brengen. Zorgprofessionals kiezen dan ook vaak voor de veilige weg en negeren of verdringen hun eigen verdriet. Ook dan ligt irritatie op de loer. Zie ook het schema over de aangedane professional op pagina 144-145.

Wellicht is het zo dat zorgprofessionals die veel last hebben van irritatie eigenlijk boos zijn. Misschien zijn ze boos op hun cliënten, die de kansen die zij krijgen om weer iets van hun leven te maken niet aangrijpen en zich overgeven aan hun pijn en verdriet. Misschien komt de boosheid van deze professionals voort uit het feit dat zij zelf zelden of nooit echt bij hun eigen pijn hebben stilgestaan en er daardoor nooit aan toe gekomen zijn om bepaalde pijnlijke ervaringen te verwerken. De cliënt spiegelt dan dit gemis. Terwijl de professional haar eigen pijnen niet onder ogen ziet, eist zij dan min of meer van haar cliënt dat deze dat wel doet.

1 reactie op “Slachtoffer?!”

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.