Het ontstaan van het reflectiemodel ‘copen met coping’ 

Ik werkte in de revalidatie als gedragsdeskundige. Het begeleiden van cliënten bij verliesverwerking maakte een groot deel van mijn werk uit. Daarnaast coachte ik collega zorgprofessionals bij het omgaan met voor hen lastige casuïstiek.

Dagelijks zag ik dat het lang niet altijd makkelijk is om op een goede manier aan te sluiten bij mensen die iets ingrijpends meemaken en daardoor midden in een verliesverwerkingsproces zitten.
Het gebeurde regelmatig dat ik de ene dag een cliënt en de volgende dag een of meer collega therapeuten sprak die met dezelfde cliënt werkten. Dan zag ik van heel dichtbij hoe zorgprofessionals verstrikt kunnen raken in de coping van hun cliënten met verlies.
Dit verstrikt raken gebeurt echt niet alleen bij de minder ervaren collega’s, het overkomt vrijwel iedereen zo nu en dan. Het hoort eigenlijk gewoon bij het werk.

Toen ik hier langer over nadacht, ontstond bij mij de vraag of er niet iets zou zijn waarmee zorgprofessionals, tijdens hun werk, wat meer vat kunnen krijgen op de coping van hun cliënten. 

Ik ben me in de literatuur gaan verdiepen over hoe verliesverwerking  nu precies werkt en over wat coping nou eigenlijk is. Ik ben begonnen met aantekeningen te maken van wat ik in de praktijk tegenkwam, zowel bij cliënten als bij collega’s. Ik sprak  er met collega’s en met cliënten over en zo begon ik patronen te zien in de verschillende ervaringen met coping van cliënten én van professionals in de zorg.

Zo kreeg ik steeds meer inzicht in hoe een verwerkingsproces bij mensen met een chronische aandoening werkt en ook ontdekte ik dat er ondanks de vele verschillende manieren waarop iedereen omgaat met zijn ervaringen, er daarin toch meer algemene patronen herkenbaar zijn.

Ik begon te begrijpen dat de mensen die ik begeleidde niet alleen een ernstige aandoening hadden gekregen, maar dat ze ook in een verwerkingsproces zaten. Dit verwerkingsproces is niet iets wat ze gekozen hadden. Het overkwam hen op hetzelfde moment dat ze iets ingrijpends meemaakten. Het kwam er dus nog eens bij en ook daar moeten cliënten en hun dierbaren mee om zien te gaan.

Er is al veel onderzoek gedaan over hoe mensen omgaan met ingrijpende stressvolle situaties. Daar zijn coping vragenlijsten voor ontwikkeld die door psychologen en maatschappelijk werkers worden gebruikt om te bepalen wat iemands coping is. Maar ik zocht een hulpmiddel voor de dagelijkse praktijk. Een hulpmiddel waarmee professionals tijdens het werk kunnen zien hoe iemands coping is en waar zij houvast aan hebben om met die coping om te gaan.

Zo ontwikkelde ik al doende het reflectiemodel: Copen met coping.

Tijdens het gebruik van het model is gebleken dat het model niet alleen van toepassing is op de coping van cliënten maar ook op de coping van zorgprofessionals, die immers regelmatig voor lastige situaties staan die een aanpassing van hun normale professionele attitude  vragen.