Manipuleren, hoezo?

Cliënt is 44 jaar. Hij is opgenomen naar aanleiding van amputatie van het linkeronderbeen, dit ten gevolge van niet te genezen botbreuken en pijn na een auto-ongeval in 2002. Verdere gevolgen van dat ongeval zijn blindheid, en pijnklachten in de linkerknie en rechterschouder. Met name door de blindheid is cliënt compleet afhankelijk. Cliënt is voor vervoer afhankelijk van zijn partner. Zij bestuurt hun eigen auto, maar kan door toenemende rugklachten de rolstoel van cliënt niet meer in- en uitklappen. Hierdoor wordt vervoer een probleem. De aanvraag voor een aanpassing aan de huidige auto is afgewezen. Ook de beroepszaak die erop volgde heeft een afwijzing opgeleverd. Cliënt heeft bij het maatschappelijk werk gevraagd of deze via fondsen een bedrag voor een bus wilden aanvragen. Dit is geweigerd omdat er voldoende alternatieven zijn en voorliggende aanvraagmogelijkheden: dus weer een afwijzing. Concrete vraag aan mij: ‘Wil je fondsen aanschrijven, zodat ik geld heb om een bus te kunnen kopen?’

Ik vind dit een trieste situatie. Het valt me op dat cliënt voorzieningen aanvraagt om zoveel mogelijk te krijgen. Hij kijkt niet zozeer naar wat nodig is, maar meer naar waar hij recht op meent te hebben.

Cliënt probeert druk op mij uit te oefenen door te zeggen hoe afhankelijk hij wel niet is (slachtoffergedrag). Ik heb door dit alles een negatief gevoel ten aanzien van cliënt.

Ik haal zijn vraag uit het persoonlijke door cliënt te vertellen dat wij als team dit soort vragen collectief bespreken en er een antwoord op volgt dat door meerderen wordt gedragen. Cliënt probeert mij steeds te beïnvloeden en ik blijf hetzelfde antwoorden.

Ik merk dat mijn negatieve gevoelens steeds sterker worden en ook als ik de situatie inbreng bij collega’s betrap ik mijzelf erop dat ik negatief ben. Dit terwijl ik vind dat je als professional in dit soort situaties beter neutraal kan zijn.

Ik wil graag objectief blijven tijdens het werken met cliënten.

Coping cliënt

De cliënt meent rechten te hebben, maar anderen blijken daar anders over te denken. Mogelijk komt zijn gevoel van ‘recht hebben op’ voort uit nog onverwerkte gevoelens van boosheid en verongelijktheid dat dit erge hem is aangedaan. Verzet tegen herstel van balans?

  • Cognitie. De cliënt reflecteert niet op zijn feitelijke noden, maar rationaliseert zijn gevoelens van onrecht. Die worden zo vertaald in stellige overtuigingen.
  • Emotie. De cliënt voelt zich erg afhankelijk van de inspanningen van anderen en vindt het moeilijk de controle los te laten. Hij is zich deze gevoelens niet bewust. Verdere gevoelens van de cliënt worden niet echt duidelijk. Mogelijk vermijdt hij te aanvaarden wat hem is overkomen en onderdrukt hij zijn gevoelens. Het kan goed zijn dat hij zichzelf afleidt met dit soort gevechten tegen instanties en regelgeving.
  • Gedrag. De cliënt blijft vechten voor wat hij hebben wil. Hij verzet zich tegen de regelgeving en zoekt openingen. Hij probeert controle te houden door zijn verzoek te blijven herhalen.

Coping professional

De professional krijgt te maken met een cliënt die op een dwingende manier blijft proberen controle te houden op een kwestie die buiten zijn macht ligt.

  • Cognitie. De professional heeft overtuigingen over de cliënt die haar ervan weerhouden te reflecteren op de context van zijn eisende gedrag. Zij herdefinieert haar overtuigingen niet tot een werkbare hypothese over het gedrag van haar cliënt, om zo tot meer begrip te komen.
  • Emotie. De professional is zich bewust van haar negatieve gevoelens over de cliënt. Ze legt de verantwoordelijkheid voor die gevoelens bij de cliënt en reflecteert niet op de relatie tussen deze gevoelens en haar overtuigingen over de cliënt.
  • Gedrag. De professional zoekt steun bij collega’s. Zij weert het beroep op begrip dat haar cliënt eigenlijk op haar doet af; zij zoekt geen aansluiting bij hem.

Suggesties voor alternatieve benaderingen

  • Aansluiten bij het cognitieve element. De professional zegt begripvol: ‘Het is voor u heel belangrijk dat u krijgt waar u recht op hebt, hè? En nu ziet het ernaar uit dat de gemeentelijke instellingen een ander perspectief op uw recht hebben dan uzelf; dat is een lastige zaak! Wat een goed idee van die fondsen, misschien vindt u daar inderdaad een ingang. Hebt u al een idee welke fondsen u aan zou kunnen schrijven?’
  • Aansluiten bij het emotionele element. De professional geeft gevoelsreflecties: ‘Ik zie dat het u heel zwaar valt dat gemeentelijke instanties niet meewerken?’; ‘Het lijkt wel nooit op te houden met het gedoe hè?’; ‘U hebt al zoveel op uw bord, deze toestand met die auto kunt u er eigenlijk niet bij hebben, geloof ik?’; ‘U zou graag willen dat ik u help?’
  • Aansluiten bij het gedragsmatige element. Wanneer de cliënt voor de tweede keer zijn verzoek herhaalt, zegt de professional met empathie: ‘U herhaalt uw verzoek aan mij, twijfelt u of ik het wel goed aanpak? Ik kan me uw twijfel wel voorstellen, want ik aarzel inderdaad een beetje. Ik vraag me af wat hierin nu de beste weg is? Ik begrijp dat u naar andere wegen zoekt nu uw aanvragen zijn afgewezen. Maar ik schat zo in dat u zelf deze fondsen heel goed kan aanschrijven? Ik kan me voorstellen dat het pijnlijk is en misschien kunnen we samen op een rijtje zetten welke fondsen in aanmerking komen en wat een goede argumentatie zou kunnen zijn. Als u dan een conceptversie van de brief schrijft, kijken we daar vervolgens samen naar. Is dat een idee? Misschien dat u voor de medische onderbouwing uw huisarts of revalidatiearts kunt inschakelen?’ 

Copen met coping: De vrije professional

Cliënten in de revalidatie, en ook hun partners, ondervinden vaak heel nieuwe afhankelijkheden. Voor sommige cliënten/partners is dat zo’n aanslag op hun normale manier van doen en op hun zelfbeeld, dat zij zich in hun bestaan bedreigd voelen. Dan kunnen gevoelens van onrechtvaardigheid en overtuigingen over onrecht hun leven gaan bepalen. Zij knokken voor datgeen waar ze recht op menen te hebben, en ze verwachten dat zorgprofessionals hen in die strijd steunen. Vaak hebben ze daarbij geen oog voor de grenzen van de organisatie, van de regelgeving én van de zorgprofessional. Zij gaan voor hun eigen belang. Dit individuele gevecht maakt deel uit van het rouwproces. Het kan lang duren voor het leven voor deze mensen weer enigszins tot rust is gekomen.

Het is belangrijk dat professionals dit proces bij hun cliënten onderkennen. Dat zij inzien dat de gedachte ‘deze cliënt wil mij voor zijn karretje spannen’ niet voortkomt uit een professionele inschatting van de situatie. Een professionele inschatting zou kunnen zijn: ‘De cliënt poogt wanhopig de controle over zijn situatie te hernemen’. Deze inschatting getuigt van mededogen en maakt het verlangen wakker steunend aanwezig te zijn. Met een dergelijke werkhypothese ontstaat als vanzelf een gepaste professionele betrokkenheid en emotionele distantie.

De gedachte voor een karretje te worden gespannen, roept bij de professional spanning en verzet op. Zij kan niet meer goed luisteren en verliest haar empathie. Het is een belemmerende gedachte, die veelal wordt ingegeven door angst van de professional dat zij dingen moet doen die zij niet wil of kan. Angst dat zij de cliënt moet teleurstellen en machteloos staat. Deze angst komt voort uit een gebrek aan vertrouwen van de professional in zichzelf. Zij weet niet dat ze kan steunen en begrip kan tonen, zonder over haar eigen grenzen heen te hoeven gaan. Wanneer de professional vertrouwt op haar eigen inschattingsvermogen, kan ze naar de cliënt luisteren zonder zich gedwongen te voelen tot acties waar ze niet achter staat. Ze voelt zich dan vrij

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.