Help

Deze casus gaat over een cliënte met PSMA die na circa twee jaar opnieuw in revalidatiebehandeling komt. Haar functioneren is behoorlijk achteruitgegaan; er is nog nauwelijks een sta-functie en transfers verlopen onveilig.

 Cliënte geeft weinig blijk van inzicht in haar situatie. Zij ontkent de problemen grotendeels. Ze probeert haar moeizame functioneren in de woning luchtig te brengen en wil er niet aan dat er ronduit gevaarlijke situaties zijn. Cliënte had eerder al veel acceptatieproblemen en nu, na twee jaar, zijn deze er nog steeds.

 Naar mijn idee zijn er grote aanpassingen nodig om de veiligheid te waarborgen. Ook zal cliënte hulpmiddelen nodig hebben ter behoud van enige zelfstandigheid. Het ziet er zelfs naar uit dat een verhuizing daartoe noodzakelijk is. Cliënte lijkt zich dit niet te realiseren. Ik wil haar graag begeleiden en heb haar wel wat te bieden. Zij reageert echter heel emotioneel en bozig op mijn adviezen en wil er niets van weten.

 Ik heb het vermoeden dat er veel angst bij haar bestaat rond haar rol als echtgenote en moeder. Ik denk: het gaat nog eens helemaal mis met deze cliënte in haar woning, in haar gezin. Ik wil graag dat cliënte mij vertrouwt en hulp vraagt, zodat ik deze ook kan geven. Ik voel me door haar acceptatieprobleem onmachtig. Ik voel me onmachtig, medelevend en bezorgd. Ik realiseer me dat er geduld nodig is.

 Ik besef dat ik het natuurlijk niet alleen af kan. De teambespreking waarin de disciplines de bevindingen met elkaar bespreken volgt binnenkort, dus dit komt later.

Ik wil graag aan de slag zonder confronterend te zijn.

Coping cliënte

De cliënte lijkt vooral in verzet tegen haar achteruitgang. Ze blijft doen alsof ze alles nog kan en ziet niet in dat er onveilige situaties zijn. Er lijkt zeker sprake van verwerkingsproblemen, en spelen er geen cognitieve beperkingen?

  • Cognitie. De cliënte ontkent dat er iets aan de hand zou zijn. Ze ziet de realiteit niet onder ogen.
  • Emotie. De emoties rond haar functieverlies komen niet aan de orde; of ze deze onderdrukt of er alleen niet over praat, komt uit deze papieren casus niet naar voren. Ze projecteert gevoelens van boosheid op haar therapeut.
  • Gedrag. De cliënte beweegt zich door haar huis of er niets aan de hand is en houdt daarbij onvoldoende rekening met haar functieverlies. Het vermoeden bestaat dat ze doorschiet in dit gedrag, omdat ze de realiteit niet onder ogen kan zien.

Coping professional

De professional staat voor de voor haar lastige situatie dat haar expertise en beroepseer haar ingeven dat deze cliënte geholpen moet worden, terwijl de cliënte zelf niet in staat lijkt helder naar haar situatie te kijken.

  • Cognitie. Enerzijds vormt de professional zich een beeld van de situatie. Ze ziet de gevaren en voelt zich verantwoordelijk. Kortom, zij gaat het probleem aan. Anderzijds kan zij de eigen visie van de cliënte niet accepteren. Ze heeft catastroferende gedachten over het toekomstige functioneren van haar cliënte.
  • Emotie. De professional is zich bewust van haar gevoelens van onmacht, medeleven en bezorgdheid. Ze projecteert haar gevoelens van onmacht op haar cliënte: ’Ik voel me door haar acceptatieprobleem onmachtig.’
  • Gedrag. De professional handelt adequaat, blijft respectvol naar de cliënte toe en betracht geduld. Zij zoekt steun bij haar team.

Suggesties voor alternatieve benaderingen 

  • Aansluiten bij het cognitieve element. De professional kan om te beginnen haar cliënte complimenteren met het feit dat ze het toch maar doet: ondanks haar beperkingen is ze in staat om meer te presteren dan haar therapeuten verwachten. Dat verdient complimenten, en… de vraag hoe ze dat voor elkaar krijgt. De professional zou er zelfs aan kunnen toevoegen: ‘Ik zou zelf superbang zijn om te vallen. Hoe kan het dat jij dat niet bent?’
  • Aansluiten bij het emotionele element. Om goed te verstaan wat er op dit niveau gebeurt, zal de professional ook goed naar zichzelf moeten luisteren en voelen wat de cliënte bij haar teweeg brengt. Dat geeft informatie over haarzelf, maar zeker ook over de cliënte. Ook als de professional bijvoorbeeld denkt ‘dat kan niet waar zijn’, blijft ze toch open luisteren en zoekt in het gesprek naar discrepanties die die gedachte rechtvaardigen. De professional confronteert de cliënte niet, maar pakt het anders aan en zegt bijvoorbeeld: ‘Echt, maar ben je dan nooit bang dat je valt?’ Of: ‘Ik snap dat je door moet gaan met de zorg voor je kinderen, maar als je valt ben je verder van huis.’ Zo blijf de professional trouw aan wat ze zelf voelt en staat ze tegelijk open voor het verhaal van de cliënte. De cliënte hoeft dan niet in de verdediging te gaan, om de overtuiging van de professional af te weren. De kans bestaat zelfs dat de cliënte de professional gaat uitleggen waarom haar aanpak wel werkt. Want ook gevoelens van veiligheid zijn subjectief!
  • Aansluiten bij het gedragsmatige element. De professional kan de cliënte belangstellend en niet-sturend vragen wat het precies is, dat ze zo absoluut wil volhouden. Wat staat er op het spel? De professional kan ook vragen of zij de cliënte kan ondersteunen bij datgeen wat ze wil volhouden. Dit kan de cliënte het vertrouwen geven dat de professional haar niet uit haar rollen wil krijgen, maar haar juist wil helpen om haar rollen te verstevigen. Waarschijnlijk kan zij zich niet voorstellen hoe ze zonder die rollen kan blijven functioneren. Pas als ze er voldoende op vertrouwt dat de professional haar gaat helpen makkelijker haar rollen uit te voeren, zal ze bereid zijn naar de professional te luisteren. Als dat vertrouwen er niet is, zal ze de adviezen als ongevraagde feedback ervaren en zich bedreigd voelen.

Copen met coping: In contact blijven 

Gevoelens van onmacht komen veel voor bij professionals: ze zouden vaak graag zoveel meer willen doen dan mogelijk is. Zij stuiten voortdurend op grenzen: soms zijn er gewoonweg geen oplossingen, of de oplossingen zijn onbetaalbaar of onbereikbaar. Of de cliënt is in verzet, of heeft overtuigingen die in de weg zitten. Op al die momenten zijn gevoelens van onmacht heel dichtbij.

Gevoelens van onmacht horen dus bij het vak, dat is heel gewoon. Maar het kan ook lastig worden, als de professional niet weet hoe met deze gevoelens om te gaan en erdoor blokkeert of in de stress schiet. Of als de professional gaat proberen deze gevoelens te vermijden.

Het kan helpen als professionals zich realiseren dat gevoelens van onmacht worden veroorzaakt door henzelf. Deze gevoelens zijn een reactie op hun eigen overtuiging dat ze meer zouden moeten kunnen doen voor de cliënt. Hoe sterker deze overtuiging, hoe groter het gevoel van onmacht. Gevoelens van machteloosheid zijn niet prettig en kunnen de professional aardig bezet houden, waardoor er onvoldoende aandacht overblijft voor wat er leeft bij de cliënt en wat er in de situatie gebeurt.

Zodra een professional de overtuiging dat zij iets zou moeten doen loslaat, komt er ruimte om weer naar de cliënt te kijken en luisteren. Er ontstaan dan gevoelens van medeleven. Die zijn veel minder dominant en helpen de professional om met haar aandacht bij haar cliënt te zijn. En juist die aandacht betekent veel voor cliënten. Het is goed om dit te beseffen: ook als professionals niets kunnen dóen, kunnen zij toch veel voor hun cliënten betekenen.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.