Heen-en-weer-irriteer

Ik ben in gesprek met een cliënte en haar partner. (Cliënte is opgenomen met niet-aangeboren hersenletsel.) Na het eerste gesprek, waarbij partner erg emotioneel is (“mijn vrouw is mijn vrouw niet meer”), heeft het lang geduurd voor een vervolggesprek plaatsvindt. Partner geeft aan geen vrij te kunnen krijgen van zijn werk om geregeld bij de therapieën aanwezig te zijn. Zonder partner is het in deze casus niet mogelijk het vervolgtraject voor cliënte in te zetten, omdat zij nauwelijks kan spreken en niet in staat is zelfstandig beslissingen te nemen. Bij het eerstvolgende gesprek blijkt dat partner het vooral over de financiële kant van de zorg wil hebben (PGB) en dat hij hierover elders al gesprekken heeft gevoerd. 

Tijdens het vervolggesprek praat partner “langs” zijn vrouw heen, alsof ze er niet bij is. Hij spreekt minachtend over haar. Hij gebruikt “hulpverlenersjargon”. Hij wil nauwelijks luisteren naar mogelijkheden met betrekking tot hulp en zorg in de thuissituatie. Hij wil alleen uitleg over hoe hij een PGB kan aanvragen. Hij raakt meer en meer geïrriteerd als de arts of ik meer wil weten over hoe het gaat als cliënte een dag of weekend thuis is geweest. Hij begint steeds sneller, harder en bozer te praten. 

Ik ben eerst afwachtend; de arts begint het gesprek. Vervolgens stap ik in. Ik raak zelf steeds geïrriteerder door de vragen van partner, die niet raken aan wat ik probeer uit te leggen. Als partner me op een bepaald moment beticht van bezig zijn met fraude (wat juist bij hen speelt…), word ik boos. Ik verhef mijn stem (wat ik niet zo ken van mezelf tijdens werk), word kortaf. Om te voorkomen dat het escaleert, houd ik mijn mond en laat de arts weer het gesprek voeren. Ik probeer mezelf wat te kalmeren om toch nog met partner te kunnen bespreken wat er nodig is aan regelwerk. 

Ik kan zelf niet inschatten op welke manier ik in zo’n situatie anders zou kunnen reageren. Ik vraag me af óf ik anders begeleid dan ik zonder irritatie zou doen. Ik denk soms dat het geen verschil maakt.

Ik wil zonder irritatie begeleiding kunnen bieden aan mensen van wie ik het idee heb dat ze “niet echt” zijn, zich anders voordoen, niet de waarheid vertellen.

Coping cliënt

De partner van de cliënt heeft er moeite mee dat hij door de ziekte van zijn vrouw de balans in zijn leven zoek is. Hij lijkt de eerste schok te boven, maar weet niet hoe verder te handelen.

  • Cognitie. De partner focust op de financiële consequenties van wat hem en zijn vrouw is overkomen. Hij vermijdt het nadenken over de praktische en emotionele aspecten. Hij legt de verantwoordelijkheid buiten zichzelf door verwijten te uiten.
  • Emotie. De partner ontregelt doordat hij gevoelens onderdrukt en niet bewust ervaart, en deze ondertussen nonverbaal wel uit, in de vorm van irritatie en lichaamstaal.
  • Gedrag. De partner gaat de confrontatie met zijn vrouw uit de weg door niet naar haar te kijken. Hij probeert confronterende vragen te vermijden door niet te luisteren en door met verwijten ruis te creëren. In de loop van het gesprek raakt hij ook in zijn gedrag ontregeld.

Coping professional

De professional wordt geconfronteerd met een partner die krampachtig en geïrriteerd de controle probeert te houden.

  • Cognitie. De professional gaat de voor haar moeilijke situatie aan door te reflecteren op wat er in de situatie en bij haarzelf gebeurt. Ze herneemt de controle om escalatie te voorkomen. Ze vergeet na te denken over de vraag wat de situatie te maken heeft met het verwerkingsproces van de partner.
  • Emotie. De professional signaleert emoties en irritaties bij de partner en bij haarzelf. Haar emotionele distantie herneemt zij door afstand te nemen in de situatie.
  • Gedrag. De professional distantieert zich van de emoties van de partner door haar mond te houden. Daardoor sluit ze niet aan bij hem aan. Ze is meer met zichzelf bezig, door te proberen te ontspannen.

Suggesties voor alternatieve benaderingen

  • Aansluiten bij het cognitieve element. De professional legt uit wat ze heeft gedaan om hulp thuis te regelen. Als de partner naar haar idee irrelevante vragen stelt, vat ze samen wat er gebeurt en checkt ze of ze het goed ziet: ‘Ik heb het idee dat we elkaar niet echt begrijpen. Ik probeer iets te vertellen over de stappen die ik tot nu toe gezet heb en uw vragen gaan over iets anders; klopt dat? Zullen we proberen even wat orde in dit gesprek aan te brengen? Uw vragen zijn belangrijk, die wil ik graag beantwoorden en misschien komen er nog wat vragen bij als ik u heb uitgelegd wat ik tot nu toe heb gedaan. Wat zullen we doen: eerst uw vragen of eerst mijn uitleg?’
  • Aansluiten bij het emotionele element. De professional signaleert dat de partner opgewonden raakt. Ze beweegt mee met hem en zegt bijvoorbeeld: ‘Het is niet gemakkelijk hè. Wat goed dat u zo snel dat persoonsgebonden budget wilt regelen, dat zien we wel eens anders. Tijdens zo’n verblijf thuis ontdekken mensen vaak pas echt hoeveel er veranderd is. Het zal voor u en uw vrouw ook niet eenvoudig zijn geweest?’ Stilte… ‘Begrijp ik het goed dat u via het PGB hulp wilt regelen? Vindt u het goed om daar zo op terug te komen en eerst eens te kijken waar u samen allemaal tegenaan bent gelopen?’
  • Aansluiten bij het gedragsmatige element. De professional signaleert dat de partner tijdens het gesprek een agenda heeft: hij wil uitleg over het PGB. Ze neemt even de leiding over het gesprek en zegt bijvoorbeeld: ‘Ik begrijp dat voor u het regelen van het PGB heel belangrijk is. We zullen daar zeker op ingaan. Zijn er nog meer thema’s die u in dit gesprek aan de orde wilt laten komen? Dan maken we een agenda, want de dokter en ik hebben ook wat zaken die we met u willen bespreken.’ Vervolgens maakt de professional hardop een lijstje en schrijft de punten op. Ze doet een voorstel voor de volgorde of laat dat over aan partner.


Copen met coping: In beweging blijven

Wanneer de professional onvoldoende onderkent dat er ontregelde elementen werkzaam zijn, loopt zij het risico zelf te ontregelen. Hoe sneller de professional signaleert wat er aan de hand is bij een cliënt, hoe sneller zij doelgericht zal kunnen handelen. Wanneer de professional zelf eenmaal ontregeld is, zal het haar moeilijk vallen zich te hernemen. Meestal ontbreekt dan namelijk de distantie om te kunnen signaleren wat er met haarzelf aan de hand is. Daarom is het zo belangrijk dat de professional in een voor haar lastige situatie heel goed met zichzelf in contact blijft en haar eigen gevoelens en gedachten uiterst serieus neemt. Zodra ze bij zichzelf ‘onprofessionele’ gevoelens, gedachten of handelingen signaleert, is het belangrijk dat ze actie onderneemt. ’Onprofessionele’ gedachten zijn bijvoorbeeld: ‘wat zit hij te drammen’, of: ‘ik wou dat hij wat verder weg zat’. ‘Onprofessionele’ gevoelens zijn bijvoorbeeld kwaadheid of angst. ‘Onprofessionele’ handelingen zijn bijvoorbeeld iemand niet aankijken of gespannen zitten. Onprofessioneel staat hier steeds tussen aanhalingstekens omdat een professional ook gewoon een mens is. Deze gevoelens, gedachten en gedragingen horen en worden pas onprofessioneel als er niets mee gedaan wordt en ze het handelen gaan bepalen..

De eerste stap is steeds het serieus nemen van het signaal, en het dus niet wegdrukken omdat het om een zwakte zou gaan. Ieder signaal in de spreekkamer kan waardevolle informatie geven over de interactie met de cliënt.

De tweede stap is het zonder oordeel accepteren van het signaal. Het gevoel, de gedachte of het gedrag is er nou eenmaal. Zelfafwijzing door de professional van haar gevoelens, gedachten of gedragingen werkt een ontregelde coping in de hand, doordat de focus in de interactie niet meer op de cliënt is, maar op de professional.

De derde stap is het opnieuw focussen op de interactie met de cliënt. Wat is op dit moment adequaat handelen, uitgaand van zijn belang? Het duiden van de eigen gevoelens, gedachten of gedragingen – ‘wat gebeurt er precies?’ – is prima als het snel kan; anders kan het beter achteraf.

Tot slot blijven de gevoelens, gedachten of gedragingen aanwezig, neem dan een time-out. Ga even staan, ga water halen, simuleer een hoestbui, trek aan de gordijnen, kortom: kom in beweging! Blijf niet hangen in de situatie.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.