Home / glossary / professioneel omgaan coping met verdriet

  PROFESSIONEEL OMGAAN MET DE COPING VAN PATIËNTEN MET   VERDRIET

Wanneer je als professional geconfronteerd wordt met een verdrietige cliënt is het menselijk om troost te bieden, maar hoe doe je dat op een professionele wijze? Dat vraagt een beroepshouding waarin professionele betrokkenheid en emotionele distantie centraal staan. Dit lijkt vanzelfsprekend, maar een valkuil voor professionals kan zijn dat het verdriet van de cliënt eigen sluimerend verdriet oproept. Dat is een natuurlijk gegeven, maar het is niet gemakkelijk als eigen pijn in het contact met de cliënt naar boven komt. Het is ook moeilijk te onderscheiden of het om eigen pijn gaat of om pijn die de professional voelt ten gevolge van haar empathische houding. Het kan uiteraard ook beide zijn. Als een professional niet weet wat hiermee aan te vangen, kan het zijn dat ze haar eigen emoties onderdrukt of die van de cliënt probeert te vermijden, door ze te relativeren of door naarstig naar oplossingen te zoeken. Misschien adequaat voor haarzelf, maar niet troostend voor de cliënt. Hoe ziet een troostende houding er wel uit?

Wanneer cliënten hun verdriet aangaan, zijn er voor jou als professional drie belangrijke pijlers van troost: het onbevooroordeeld aanwezig zijn, het luisteren zonder te willen oplossen en het accepteren van het verhaal zonder te willen sturen. En als binnen je beroepsprofiel ook het bieden van praktische hulp past, kan dat eveneens een uiting zijn van professioneel troosten.

Als een cliënt zijn verdriet probeert te vermijden, wordt het een stuk lastiger om troost te bieden. De normale uitingen van troost kunnen dan irritatie opwekken bij de cliënt, omdat een troostende houding het verdriet aanraakt dat hij juist probeert te vermijden. Je kunt als professional beter reageren door de cliënt zoveel mogelijk te volgen. Als hij zijn verdriet vermijdt maar bijvoorbeeld wel over lichamelijke klachten praat, kun je deze pijntjes heel serieus nemen en als het ware je troost hierop richten. Belangrijk is het om een aangename sfeer te creëren en vooral niet mee te gaan in argumentaties die de cliënt gebruikt om zijn verdriet op afstand te houden. Je kunt er wel naar luisteren, maar hoeft niet mee te gaan in de vermijding van de cliënt.

Wanneer een cliënt doorschiet in zijn verdriet en ontroostbaar is, dan is de normale troostende houding ook vaak te bedreigend. Dan is het veel meer zaak om te kalmeren en af te leiden. Dat moet niet zozeer verbaal gebeuren, bijvoorbeeld door te relativeren wat de cliënt zegt, maar aan de hand van concrete maatregelen. De kunst is om een verandering in de feitelijke situatie te bewerkstelligen, bijvoorbeeld door samen even naar buiten te gaan of door iemand iets te doen te geven.
Wanneer een cliënt in zijn verdriet blokkeert en zijn gevoelens zo ver weg zijn dat hij er geen contact mee mee heeft, kun je als professional in de buurt blijven en zorgen dat jijzelf in ieder geval niet vergeet dat het verdriet er is. Je blijft in contact, maar brengt geen gevoelens in als je merkt dat dit weerstand oproept. Met andere woorden: je gaat niet mee in de coping van de cliënt, en je gaat er ook niet tegenin.

naar Coping met verdriet
naar Slinger van verliesverwerking