Home / glossary / gedrag: vermijden cliënt

  GEDRAG: VERMIJDENCLIËNT  

Een cliënt kan door de manier waarop hij handelt pijnlijke emoties of gedachten die voortkomen uit een moeilijke situatie uit de weg gaan. Er bestaat een breed scala aan vermijdende activiteiten.

Bij afleiden probeert de cliënt aan zijn situatie te ontsnappen door dingen te doen. Het kan van alles zijn: uitgaan, sporten, tv kijken. Als hij maar bezig en niet wordt geconfronteerd met zichzelf en zijn situatie. Bij actief ontspanning zoeken, onderdeel van de coping strategie ‘gedragsmatig aangaan’, ondernemen mensen soms ook dit soort activiteiten, maar dan is het hun intentie om tot rust te komen. Bij afleiding zoeken is de intentie ‘weg willen zijn van de situatie’ of ‘zichzelf willen vergeten’. Cliënten kunnen ook afleiding zoeken in zaken als roken, drinken, eten, of drugs.
Bijvoorbeeld: Een cliënt kan niet accepteren dat revalideren een proces is van inspanning en ontspanning, en revalideert zo fanatiek dat hij zichzelf overbelast. Of neem de cliënt die zodra hij klaar is met therapie televisie kijkt totdat hij erbij in slaap valt.

Bij aanpassen probeert een cliënt pijnlijke gevoelens en situaties te vermijden door in zijn gedrag te veel rekening te houden met anderen en niet op te komen voor zijn eigen behoeften. Door deze opstelling hoeft een cliënt ook niet bezig te zijn met zichzelf en zijn situatie. Deze gedragsmatige vermijdingsstrategie gaat vaak gepaard met een cognitieve vermijdingsstrategie, waarbij het gaat om het negeren van gedachten over de eigen behoeften. Het kan een adequate strategie zijn als mensen heel lang moeten liggen, bijvoorbeeld als gevolg van decubitus; dan kan deze strategie hen helpen om de eigen verlangens uit te schakelen en zo het liggen beter vol te houden.
Bijvoorbeeld: Een cliënt past zich aan zijn verzorgers en aan de afdeling aan. Hij belt niet, zelfs niet als hij echt iemand nodig heeft, omdat hij ziet hoe druk de professionals bezig zijn. Of een cliënt geeft zijn recht op een verblijf in de proefwoning, waar hij zich op verheugd had, op ten behoeve van iemand ‘die het harder nodig heeft’. Als er een behandelplan wordt opgesteld, passen cliënten met deze coping zich aan de voorstellen aan omdat ze spanningen willen vermijden.

Bij afweren is de cliënt vooral gericht op het op afstand houden van diegene en datgene wat hij als bedreigend beleeft. Hij distantieert zich of isoleert zich. De cliënt probeert daarmee te voorkomen dat hij in situaties terechtkomt die hem aan zijn pijn herinneren, of in situaties die pijnlijke gevoelens oproepen.
Bijvoorbeeld: Een cliënt doet tegen het eind van zijn ontslag lelijk tegen medecliënten en verpleging. Hij weert ze af om hiermee de pijn van het afscheid te verminderen. Of een cliënt breekt met zijn partner om een afwijzing voor te zijn. Of een cliënt isoleert zich en zegt tegen zijn vrienden dat ze maar alleen naar het café moeten gaan, dat hij hen maar tot last is. Hij hen af zonder hen – en zichzelf – te laten weten dat hij het zo pijnlijk vindt in het café, omdat de mensen naar zijn rolstoel staren.

naar gedrag: vermijden professional
naar reflectiemodel