Home / glossary / gedrag: ontregelen cliënt

  GEDRAG: ONTREGELENCLIËNT  

Bij ontregeld handelen is de cliënt niet in staat om constructief op te treden in de moeilijke situatie. Net als bij cognitieve en emotionele ontregeling zijn er weer twee basispatronen: iemand blokkeert en komt daardoor tot niets, of iemand schiet door en doet maar wat.

Een cliënt die niet tot handelen komt is geblokkeerd in zijn gedrag. Hij is extreem passief. Cliënten die op deze wijze ontregeld zijn, kunnen het niet opbrengen om iets te ondernemen. Ze zijn passief en afwachtend; ze grijpen niet in hun situatie in, maken geen keuzes en maken zich geen voorstelling van oplossingen. Ze zitten bij de pakken neer, lopen er zelfs niet eens meer bij weg, maar pakken ze ook niet uit. Dat wil zeggen, ze zien de moeilijkheden ook niet onder ogen.
Bijvoorbeeld: Een cliënt zit in zijn stoel en volgt bevelen apathisch op, maar neemt zelf geen enkel initiatief. Een cliënt laat zich naar een verpleeghuis sturen, terwijl er fysiek gesproken wel mogelijkheden tot revalidatie zijn. Een cliënt brengt zonder contact met anderen te leggen zijn tijd door in een zorginstelling, zapt wat op de tv en komt verder tot niets.

Een cliënt die willekeurig handelt, schiet door in zijn gedrag. De cliënt is de controle kwijt over wat hij doet. Hij maakt geen heldere keuzes, handelt misschien schijnbaar heel normaal, maar is niet bezig met de dingen die hem in zijn moeilijke situatie verder helpen. Het kan ook zijn dat hij juist wel voortdurend in de weer is met zijn problemen, maar dan zonder heldere richting of plan. Hij kan de realiteit niet aan en loopt ervoor weg, zonder te weten waar hij naartoe loopt. Als hij maar in beweging is. Als hij maar niet stilvalt. Hij wil kost wat kost voorkomen dat de pijnlijke realiteit tot hem doordringt, zonder dat hij dit beseft of daar gericht mee bezig is. Het is een paniekreactie.
Bijvoorbeeld: Een cliënt rijdt de hele dag over de afdeling, probeert met iedereen een praatje te maken en is dan alleen zelf aan het woord, en merkt niet wat het effect is van zijn gedrag op zijn medecliënten. Hij houdt het geen vijf minuten met zichzelf uit. Of de cliënt die voortdurend de aandacht voor zich opeist; bij iedere duizeling of pijn belt hij om hulp en iedere therapie wil hij alleen maar gerustgesteld worden. Of de cliënt die in de fitnesszaal na een paar minuten steeds weer een ander fitnessapparaat bezet en maar niet tot geconcentreerd oefenen kan komen. Of de cliënt die zich niet neer kan leggen bij zijn diagnose en na een second opinion die hetzelfde vertelt het land rondreist op zoek naar een third of fourth opinion.

naar gedrag: ontregelen professional
naar reflectiemodel