Home / glossary / coping met verdriet

  COPING MET VERDRIET

Als de schok is verwerkt en het verzet is opgegeven, komt er meer ruimte voor verdriet. Verdriet ontstaat op het moment dat de pijnlijke realiteit echt begint door te dringen tot de cliënt. Ook als iemand nog geschokt is, kunnen zich al flarden van dit besef aandienen en kan de cliënt overvallen worden door verdriet. Bij iemand die woedend is, kan eveneens verdriet heersen. Immers, verzet tegen de pijnlijke realiteit impliceert dat er ergens al een realiteitsbesef leeft. Het verdriet neemt toe naarmate de schok en woede afnemen. Hoe lang het verdriet zal duren, hangt met veel factoren samen. Bijvoorbeeld met de omvang en aard van de verliezen waarover de cliënt rouwt: hoe ingrijpend zijn die verliezen voor iemands zelfbeleving of voor zijn toekomstverwachtingen?
Verdriet aangaan is emotioneel zwaar, want de pijnlijke realiteit dient zich in zijn volle omvang aan. De cliënt beseft wat hij allemaal kwijt is, er is geen ontsnappen aan. Het heden is vol pijnlijke ervaringen: fysiek – door pijn en lichamelijke ongemakken – en mentaal – door het gemis van een vertrouwde wereld. Beelden van de toekomst zijn vaak nog onduidelijk en dat is op zich eigenlijk al ondraaglijk. Het kan de wanhoop aanwakkeren: ‘Hoe kan een toekomst leefbaar zijn zonder datgene wat nu verloren is?’ Bovendien gebeurt het vaak dat nieuw verdriet ook oud verdriet in zijn kielzog meeneemt. Pijnlijke ervaringen uit het verleden kunnen ineens weer actueel worden, waardoor zelfs herinneringen aan het verleden niet langer troostend zijn. Gelukkig kunnen mensen die bereid zijn bij het verdriet aanwezig te zijn, zonder het te willen omvormen, weg te krijgen of te beoordelen, meestal een grote troost zijn voor cliënten. Niet altijd, want sommige cliënten kunnen hun verdriet juist beter alleen verwerken. Mensen met verdriet hebben in ieder geval een veilige omgeving nodig, waar plaats is voor hun verdriet.

Niet iedereen wil en kan zijn verdriet aangaan. Wanneer verdriet gepaard gaat met een sterke aandrang tot huilen, kan dit voor sommige mannen moeilijk zijn omdat het niet in hun zelfbeeld past. Ook bij ‘stoere’ vrouwen kan dit een belemmering vormen. Voor gelovige mensen kan het lijken of verdrietig zijn een afwijzing is van wat God of Allah met hen voorheeft; zij vinden dat ze hun lot manmoedig moeten dragen. Ook zijn er cliënten die het beleven van verdriet als negatief ervaren, waardoor het niet past in hun streven naar een positieve levenshouding. Dit soort overtuigingen belemmeren het zicht op verdriet als een natuurlijk aspect van verliesverwerking. En als een zinvol aspect: het beleven van verdriet kan bijdragen aan de positieve kracht van het loslaten van het verlorene. Daarom doet verdriet ook zo’n pijn en kan het tegelijkertijd angstig zijn, omdat het loslaten tegelijk ruimte creëert voor iets nieuws dat er nog niet is. Verzet tegen verdriet en vermijden van verdriet gaan meestal gepaard met lichamelijke spanningen. De opgekropte gevoelens zetten zich vast in het lichaam. Dit kan leiden tot lichamelijke klachten als hoofdpijn en spierpijn en bij mensen met verlammingen tot spasmes.

naar Professioneel omgaan met de coping van cliënten met verdriet
naar Slinger van verliesverwerking