Home / glossary / coping met hoop

  COPING MET HOOP

Hoop en ook vertrouwen vormen tijdens het verwerkingsproces de motor van de slinger; van de beweging tussen ervaren van pijn en herstel.

Gedurende het verwerkingsproces van bijvoorbeeld een cliënt met de progressieve en dodelijke spierziekte ALS kan de hoop verschuiven van hoop op een foute diagnose, naar hoop op een langzame variant van de ziekte, naar hoop op een vredige afloop.
Er is ook veel hoop mogelijk in het leven met een kind met een beperking. Ouders hopen voor hun kind: Eerst misschien dat de diagnose fout is of dat hun kind niet een ernstige variant heeft. Daarna hopen ze wellicht dat hulpmiddelen veel mogelijk zullen maken. Of dat hun kind ondanks alles toch een ‘normaal’ leven zal kunnen leiden Misschien hopen ze tegen beter weten in op een wonderbaarlijke genezing. Op nieuwe wetenschappelijke ontwikkelingen.
Voor henzelf hopen ouders: dat ze deskundigen treffen die hen begrijpen en verder kunnen helpen; dat ze voldoende kracht hebben om het vol te houden; dat ze ondanks alle extra taken hun baan kunt houden. Ze hopen op het overeind blijven van hun relatie, op begrip van vrienden, op hulp van familie.

Hoop is een belangrijk onderdeel van het verliesverwerkingsproces. Hoop helpt cliënten om vooruit te kijken, voorbij de moeilijke situatie. Dankzij hoop krijgt de tijd een kans om zijn helende werk te doen. Het leven gaat door, gewenning treedt op, nieuwe perspectieven dienen zich aan. Als cliënten dankzij hoop de deur naar de toekomst op een kier openlaten, kan daar licht doorheen vallen en dan kan hun vertrouwen groeien. Je zou hoop de motor van het verwerkingsproces kunnen noemen. Dankzij hoop gaan mensen door, ook al ervaren ze in het heden uitzichtloze pijn en machteloosheid. Zonder hoop kan hun situatie letterlijk hopeloos zijn. Hoop doet leven.

Hoop is een gevoel dat niet iedereen kent. Is hoop eigenlijk wel een gevoel? Misschien is het meer een kracht. Om hoop te kunnen ervaren, is het van belang dat een cliënt zich open durft te stellen voor wat komen gaat. In moeilijke situaties is het niet eenvoudig om je open te stellen, aangezien daarmee ook de pijn voelbaar wordt. Toch kan juist op zware momenten ook hoop ervaren worden. Het lijkt dan een manifestatie van een diep verlangen naar herstel en nieuwe mogelijkheden.

Professionals in de zorg zijn nogal eens bang voor irreële hoop bij cliënten. Ze willen hun cliënten teleurstellingen besparen en vrezen dat het leren leven met verlies door hoop belemmerd wordt. En inderdaad hebben cliënten soms irreële verwachtingen die belemmerend werken; overtuigingen die niet overeenkomen met de te verwachten realiteit. Dit zijn gedachten waaraan zij zich vastklampen om pijnlijke gevoelens af te weren. Zij beschermen zichzelf. Professionals kunnen zachtjes proberen de verwachtingen bij te sturen, maar dan wel met respect voor de persoon en diens verwerking.

Belangrijk om te beseffen is dat een irreële verwachting iets anders is dan hoop. Want als een cliënt hoopt op iets wat niet overeenkomt met de te verwachten realiteit, wéét hij dat dat zo is. Hij houdt de hoop levend om verder te kunnen.

Cliënten kunnen hoop ook afweren. Sommige mensen willen gevoelens en gedachten van hoop, wanneer die zich aandienen, niet toelaten. Het brengt hen in de war, of het maakt hen boos en verdrietig, meestal omdat ze overtuigingen hebben die haaks staan op hun hoop. Ze zijn er bijvoorbeeld van overtuigd dat hopen nergens toe dient of dat het zwak is om te hopen, of dat hopen hun controle op de werkelijkheid ondermijnt.

naar Professioneel omgaan met de coping van cliënten met hoop
naar Slinger van verliesverwerking