Beiden geraakt worden in de eigen kwetsbaarheid

Partner van mijn cliënte heeft vragen op het gebied van onder andere voorzieningen. Ik vertel dat ik de vragen door zal geven aan de betreffende disciplines. Partner geeft aan dat hij dit waardeloos vindt. Hij verwacht dat ik al zijn vragen direct kan beantwoorden. Ik voel me klein en in een hoek gedrukt / gemanipuleerd. Ik voel dat de echtgenoot de leiding heeft.

Ik leg uit wat tot mijn takenpakket behoort. Ik had dit gelijk aan het begin van het gesprek willen doen, maar ik liet me leiden door de dominantie van partner. Ik geef folders en uitleg over diverse instanties en het mogelijke vervolgtraject. Partner reageert vervolgens met de opmerking: ”Als ik niet om informatie gevraagd zou hebben, had ik dit nooit van jou gekregen.” Ik zeg hem dat ik zijn reactie niet zo goed begrijp, omdat we eerder hebben afgesproken dat ik pas nu de informatie zal geven. Waarop partner zegt “jij duldt geen tegenspraak”, waarop ik reageer met “ik heb eerder het idee dat u hiermee moeite heeft”. Vervolgens zegt hij: “Je denkt dat je God bent.”

Ik word geraakt, voel me klein en reageer vervolgens emotioneel. Ik kan niet meer bij mezelf blijven en verlies mezelf in de ander, in dit geval in de echtgenoot. Ik voel me afgewezen en heb het gevoel dat ik iets niet goed heb gedaan.

Partner biedt zijn excuses aan en zegt: ”Ik ben zakelijk en jij bent gevoelig.” Hij vertelt dat hij niet van dat lieve gedoe houdt. Ik bied mijn excuses aan voor mijn emotionele reactie, hetgeen niet professioneel is, maar zeg dat ik ook mens ben en geraakt word. Ik bespreek vervolgens met hem of het beter is dat een collega de begeleiding overneemt, maar dit vindt hij niet nodig. Ik sta vervolgens niet genoeg stil bij mijn eigen gevoel en geef aan dat de begeleiding kan worden gecontinueerd.

Ik wil leren bij mezelf te blijven in het contact met cliënten die dominant/ overheersend op mij overkomen.

Coping cliënt

De partner van deze cliënt heeft er waarschijnlijk moeite mee dat hij door de ziekte van zijn vrouw in een afhankelijke positie is terechtgekomen. 

  • Cognitie. De partner vermijdt zijn afhankelijkheid onder ogen te zien en heeft belemmerende overtuigingen over zijn rechten.
  • Emotie. De partner verliest de controle over zijn emoties, juist omdat hij bang is voor controleverlies. Hij ontregelt in de interactie doordat hij gevoelens van afhankelijkheid onderdrukt. Ook zijn gevoelens van boosheid en teleurstelling ervaart hij niet bewust, maar zendt hij uit in de vorm van irritatie. De partner stelt zich wel enigszins open voor de gevoelens van professional.
  • Gedrag. De partner stelt zich eisend op. Hij handelt ontregeld als hij van alles roept zonder daarover na te denken. Hij is doelgericht actief als hij zich herneemt, zijn excuses aanbiedt en het contact met de professional niet uit de weg wil gaan.

Coping professional

De professional heeft te maken met een partner van een cliënt die een emotioneel en gedragsmatig ontregelde coping heeft.

  • Cognitie. De professional negeert de ontregelde emotionele en gedragsmatige coping van de partner. Zij verliest de controle en reflecteert niet op wat de situatie vereist, maar raakt zelf cognitief licht ontregelt. Haar twijfel aan zichzelf is op dit moment niet adequaat.
  • Emotie. De professional raakt emotioneel ontregeld. Ze verliest haar emotionele distantie en daarmee haar professionaliteit.
  • Gedrag. De professional distantieert zich door met de partner in discussie te gaan. Zij probeert de voor haar lastige situatie af te weren door het contact te beëindigen. Ze neemt zelf geen verantwoordelijkheid en legt de beslissing om het contact te verbreken bij de ander.

Suggesties voor alternatieve benaderingen

  • Aansluiten bij het cognitieve element. Als de professional beseft dat de partner een andere attitude van haar wil, zegt ze tegen hem: ’Ik begrijp dat u vooral een zakelijk contact wil om dingen te regelen en geen begeleiding bij de verwerking. Dat is prima, dan houden we het contact vanaf nu zakelijk. Zegt u maar, wat kan ik voor u doen?’ Wanneer de professional het contact met de partner écht wil overdragen, zegt ze: ‘Ik vind het prettig dat u uw excuses aanbiedt. U maakt ook goed duidelijk wat uw wensen zijn ten aanzien van de attitude van uw maatschappelijk werker. Ik heb dat niet in huis en daarom draag ik u over aan een collega met een meer zakelijke insteek. Dat vind ik zelf fijner, omdat ik anders steeds op mijn tenen loop.’
  • Aansluiten bij het emotionele element. Wanneer de partner verwijtend zegt dat hij nooit informatie zou hebben gekregen als hij er niet om had gevraagd, kan de professional kiezen voor een empathische of voor een zakelijke benadering. Wat ze kiest, hangt van haar gevoel af. Kan ze empathie opbrengen? Wat past bij deze persoon? Een empathische reactie is bijvoorbeeld: ‘Ik begrijp dat u het allemaal heel snel wilt regelen. Wat is het veel hè? Laten we eens kijken, wat moet er allemaal nog meer gebeuren.’ Als de professional zakelijk wil reageren, kan zij de partner rustig aankijken en stevig en kalm zeggen: ‘Ik ben blij dat u zo assertief bent en dat u nu heeft wat u nodig hebt. Kan ik nog meer voor u doen?’
  • Aansluiten bij het gedragsmatige element. Wanneer deze partner van een cliënt aan het begin van het gesprek het heft in handen neemt, zegt de professional bijvoorbeeld: ‘Zo, u wilt er flink tegenaan. Wat goed! Maar voor u verder gaat wil ik u eerst even uitleggen hoe het hier in de organisatie werkt, dat kan een hoop misverstanden voorkomen. Is dat oké?’ Wanneer de professional die eerste slag gemist heeft, kan zij ook verderop in het gesprek op deze wijze de regie terugnemen.


Copen met coping: Ontregeling de baas

Ontregelde coping is vaak dominant aanwezig en kan de interactie flink verstoren. Wanneer er bij een cliënt ten aanzien van een moeilijke situatie sprake is van ontregelde coping, is het daarom belangrijk hier eerst actie op te ondernemen. Dat kan door bij het ontregelde copingelement aan te sluiten of door een ander element te versterken.

Bij cognitieve ontregeling zullen troostende reflecties op de gedachten die aan de ontregeling ten grondslag liggen meestal voldoende zijn om de interactie in goede banen te leiden. Professionals zijn vaak geneigd om ontkennende en catastroferende uitspraken van cliënten te herdefiniëren tot realistische uit-spraken. Echter, een cliënt die ontregeld is, kan niet mee in deze realiteit van de professional en zal zich verzetten. Zijn coping dient immers een doel: hij zoekt houvast in de zekerheid van zijn beweringen. Bijvoorbeeld: een cliënt roept wanhopig dat zijn leven voorbij is en dat het nooit meer goed komt. Als een professional daar tegenin gaat door te wijzen op dingen die wel goed gaan, voelt de cliënt zich onbegrepen. De uitspraak van de professional ervaart hij bijna als een bevestiging van zijn wanhopige gedachten en hij zal nog onrustiger worden. Wanneer de professional aansluit en troostend zegt ‘je kan je niet voorstellen dat het ooit nog goed komt hè’, voelt de cliënt zich begrepen en dat geeft rust, zeker als er samenvattende reflecties volgen. Het leidt de cliënt weg van zijn gedachten richting gevoel.

Bij emotionele ontregeling kan het zijn dat de cliënt blokkeert of juist doorschiet. Wanneer de cliënt doorschiet, is het goed om heel gericht aan te sluiten bij het ontregelde element, door te kalmeren, gerust te stellen of grenzen te stellen. Geblokkeerde emotionele ontregeling kan door de professional vaak het beste worden genegeerd. De professional blijft zich dan wel bewust van de emotionele blokkering van haar cliënt en investeert in een veilige setting, bijvoorbeeld door het opbouwen van een vertrouwensband.

Ook bij gedragsmatige ontregeling is het zinvol om onderscheid te maken. Bij geblokkeerd handelen is het belangrijk om te reflecteren op het gevoel dat ten grondslag ligt aan de ontregeling en om daarnaast te vertrouwen op de helende werking van de tijd. Bij doorschieten van handelen kan een cognitieve en empathische aanpak, zonder oordeel van de professional, de cliënt helpen om weer greep te krijgen op zijn situatie.  Wanneer een cliënt op alle drie de coping-elementen ontregeld is, past alleen maar TLC: tender love and care. Het maakt voor de beoordeling van de ontregeling ook uit waar iemand is in het proces van verliesverwerking en welk rouwthema centraal staat.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.